Nieuws / Persberichten
Apr 09_ROCKANJE CLASSIC 2009 verplaatst naar 2010.
2008
Rockanje Klasse
Technisch reglement Rockanje Klasse
Inschrijf formulier & voorwaarden Rockanje Klasse
Rockanje Classic
Postbus 502
3235 ZG Rockanje
Nederland

Vorige pagina
Rockanje Klasse

Rockanje Klasse - Technisch reglement Rockanje Klasse

Beoordeling van de regels ligt bij het bestuur van de Stichting Historische Motorrace Rockanje.     (verder te noemen SHMR)

Niet toegelaten worden: 
Motoren die technisch en of motorisch niet in order zijn.

Belangrijk is:
De demonstratie mag niet ten koste gaan van de veiligheid. 
De SHMR hecht grote waarde aan de veiligheid van alle betrokkenen, inclusief het publiek.
De motor en berijder moet een representatief tijdsbeeld presenteren.
De SHMR is afhankelijk van vele vrijwilligers en naleving van de regels.

De kunst van het demorijden:
Ten eerste het laten zien van de motoren aan het publiek en ten tweede het proberen van zo regelmatig mogelijk rondjes te rijden.
Dit rijden mag natuurlijk niet ten koste gaan van alles, omdat het geen racewedstrijd is moet er vanzelfsprekend wel eens geremd of het gas losgelaten worden voor een mederijder.
Voor ons allemaal staat de veiligheid en gezelligheid voorop en we willen na afloop ook weer rechtop naar huis als een trotse bezitter van een unieke motorfiets in een optimale staat.

Het technisch reglement is van toepassing op de motoren en persoonlijke uitrusting bij deelname aan de Rockanje Classic (Rockanje klasse).
Er wordt van uit gegaan dat het motorrijwiel technisch en optisch in algehele goede conditie is en daarmee voldoet aan de eisen/regels zoals de SHMR verlangt.

1. Brandstoftank en olietank
Vuldoppen moeten lekvrij afsluiten en zodanig gesloten en gezekerd zijn, dat losraken tijdens het rijden of bij een val voorkomen wordt. Kranen mogen niet lekken.
Olieleidingen dienen te zijn voorzien van een aangeperste wartel (geen slangenklemmen) Oliekoelers zijn niet toegestaan.

2. Brandstof
Er mag alleen gereden worden met normaal verkrijgbare handelsbenzine.
Alle andere soorten brandstof zijn verboden.

3. Olieverlies
Alle motorrijwielen dienen te zijn voorzien van een vilt of schuimrubber plaat, om eventueel olieverlies op te vangen. Deze plaat dient het motorblok en de versnellingsbak zoveel mogelijk af te dekken. Het ter keuring aangeboden motorrijwiel dient lekvrij te zijn en de plaat dient schoon en droog te zijn.

4. Ontluchtingen
Alle ontluchtingen dienen uit te monden in een opvangreservoir van voldoende capaciteit. Deze reservoirs dienen verticaal bevestigd te zijn.

5. Stuuruitslag
De stuuruitslag naar beide zijden mag maximaal 30° zijn en moet een "harde" aanslag hebben.
Met de voorvork tegen de aanslag moet er een hand (vuist) tussen tank en stuur kunnen.

6. Speling
Het balhoofd, de achtervorklagering en ook de wiellagers mogen geen voelbare ruimte hebben.
Kettingwielen en kettingen van zowel de primaire als secundaire transmissie mogen niet abnormaal versleten zijn.

7. Grondspeling
Solomotoren moeten onbelast over een hoek van 50° naar links en naar rechts gekanteld kunnen worden zonder dat daarbij een deel van de motorfiets de grond raakt. (exclusief banden)
Denk met name aan de hoogte van de voetsteunen.

8. Wielen
Gevlochten spaakwielen met een diameter vanaf 18 inch zijn toegestaan. Deze zonder speling of gebroken spaken ter keuring aanbieden.
Indien er in het originele motortype wielen waren gemonteerd van een (aantoonbare) afwijkende diameter, is dat toegestaan.

9. Banden
De banden dienen bij voorkeur goedgekeurd te zijn voor de openbare weg. Dienen geen droogtescheuren of andere ouderdomsverschijnselen of beschadigingen te vertonen. Uitsluitend geprofileerde banden zijn toegestaan. De minimum profieldiepte bedraagt 1,5 mm. De ventielen van het type Schröder (autoventiel) dienen te zijn voorzien van metalen stofdoppen.

10. Remmen
Alle motorrijwielen moeten zijn uitgerust met ten minste twee krachtige en goed functionerende remmen (op ieder wiel één) die onafhankelijk van elkaar werken.

11. Geluid en uitlaatsysteem
Maximum toelaatbaar is 98 dB(A).
Het uitlaatsysteem dient degelijk bevestigd te zijn en evenwijdig aan het motorrijwiel mee naar achteren te lopen. De uiteinden mogen niet naar de zijkant uitsteken.

12. Borgen
Aftappluggen voor olie, vuldoppen e.d. voor olie, oliefilter (deksels), bevestiging van uitlaat, kortom alle onderdelen die los kunnen trillen moeten met draad geborgd zijn.

13. Hendels
De bedieningshendels (rem en koppeling) moeten aan de greep (uiteinde) bolvormig zijn.
De diverse hendels moeten elk een afzonderlijk draaipunt hebben.

14. Gashendel
De gashendel moet van zodanige constructie zijn, dat wanneer het niet aangeraakt wordt vanzelf sluit, waardoor de gasschuif(-ven) vrijwel sluit(en).

15. Handvatten
De uiteinden mogen geen scherpe randen bevatten.

16. Kabels
De kabels moeten in goede conditie zijn. De kabelnippels moeten gesoldeerd zijn, dus geen schroefnippels.

17. Schermen
Open draaiende delen zoals kettingen, koppelingen e.d. dienen op deugdelijke wijze te zijn afgeschermd teneinde te voorkomen. dat rijders daarin met enig lichaamsdeel of kleding bekneld kunnen geraken.
Als een volledige kuip niet aanwezig is, is een voorspatbord verplicht.

18. Kleding/helmen
Verplicht zijn in elk geval lederen kleding, lederen laarzen (minimaal enkelhoogte) en handschoenen.
Over helmen: een deugdelijke en goed passende helm met idem gelaatsbescherming is verplicht.
Een z.g. type Cromwell of jethelm is toegestaan. Helm met z.g. E-keur is toegestaan.

 19. Slotbepaling
In alle voorkomende gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het bestuur van de SHMR.

 

 

Combimotors Flowserve Gemeente Westvoorne LV Finance Korevaart Spie